Vriendschappen op school
· Juliette Zwaan
"Zij is niet meer mijn vriendin."
"Hij speelde de hele pauze met iemand anders."
"Vandaag mocht ik niet meedoen."
Wie kinderen heeft of met kinderen werkt, hoort dit soort uitspraken regelmatig. Vriendschappen nemen een belangrijke plek in binnen het leven van een kind. Op school brengen kinderen tenslotte een groot deel van hun dag samen door. Ze leren samen, spelen samen, maken ruzie en sluiten het soms vijf minuten later alweer bij.
Voor kinderen zijn al die momenten belangrijk. In vriendschappen leren ze niet alleen een ander kennen, maar ook zichzelf.
Wanneer ben je eigenlijk vrienden?
Bij jonge kinderen kan een vriendschap heel praktisch beginnen. Degene naast wie je zit of met wie je iedere pauze voetbalt, is al snel je vriend.
Naarmate kinderen ouder worden, verandert dat. Vertrouwen, dezelfde interesses hebben, geheimen delen en voor elkaar opkomen worden steeds belangrijker.
Daarbij ontdekken kinderen ook dat niet iedere vriendschap hetzelfde hoeft te zijn. Met het ene vriendje kun je heerlijk voetballen, met een ander kun je goed praten en weer iemand anders zoek je graag op om samen gek te doen.Dat besef moet groeien.
Vriendschap en onzekerheid
Wanneer een beste vriend ineens met iemand anders speelt, kan dat voor een kind voelen alsof het zijn eigen plek kwijtraakt. Jaloezie, boosheid of verdriet zijn dan heel begrijpelijke reacties.
Volwassenen zijn soms geneigd om snel gerust te stellen.
"Maar je hebt toch nog genoeg andere vriendinnen?"
Voor een kind lost dat het gevoel op dat moment meestal niet op. Het kan meer helpen om eerst te erkennen wat er gebeurt.
"Je had gehoopt dat jullie samen zouden spelen en nu speelt zij met iemand anders. Daar baal je van."
Daarna kun je samen verder kijken. Wat zou je kunnen doen? Kun je vragen of je mee mag doen? Is er iemand anders met wie je graag speelt?
Zo leert een kind niet alleen omgaan met teleurstelling, maar ook zelf mogelijkheden te zien.
Goede vrienden maken ruzie.
Over wie er mag beginnen. Over de regels van een spel. Omdat iemand iets onaardigs zei. Of omdat een geheim ineens toch verder is verteld.
Ruzie betekent niet automatisch dat een vriendschap niet goed is. Conflicten zijn juist momenten waarop kinderen belangrijke sociale vaardigheden oefenen.
Hoe vertel je dat je iets niet leuk vond? Kun je luisteren naar wat de ander zegt? Hoe maak je het weer goed? En moet je altijd meteen sorry zeggen, of heb je soms eerst even tijd nodig om niet meer zo boos te zijn?
Dat zijn behoorlijk ingewikkelde vaardigheden die kinderen niet in één keer beheersen.
Erbij horen
Een van de pijnlijkste ervaringen rondom vriendschap is het gevoel er niet bij te horen.
Soms gebeurt dat heel zichtbaar. "Jij mag niet meedoen." Maar het kan ook subtieler zijn. Een kind dat tijdens het maken van groepjes steeds als laatste overblijft. Twee vriendinnen die steeds samen weglopen. Of een kind dat tijdens de pauze wel tussen andere kinderen staat, maar eigenlijk nauwelijks meespeelt.
Juist daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken óf een kind vriendjes heeft, maar ook hoe een kind zijn plek binnen de groep ervaart.
Voelt het zich gezien? Heeft het iemand bij wie het terechtkan? Durft het aansluiting te zoeken?
Veranderende vriendschappen
Een vriendschap uit groep drie hoeft niet dezelfde vriendschap te zijn als in groep zes.
Kinderen ontwikkelen zich. Interesses veranderen, klassen worden opnieuw ingedeeld en soms groeien kinderen simpelweg uit elkaar.
Dat kan verdrietig zijn, zeker wanneer één kind daar eerder aan toe is dan het andere. Tegelijkertijd geeft het ruimte om nieuwe kinderen te leren kennen.
Het is waardevol wanneer kinderen ervaren dat een veranderende vriendschap niet betekent dat er iets mis met hen is. Sommige vriendschappen blijven jarenlang bestaan en andere passen bij een bepaalde periode.